Home > Plan > Thematische fiches > Milieu en overlast

7. Milieu en overlast

Milieumisdrijven en overlast hebben betrekking op het stedelijke, fysische en sociale ecosysteem. Ze komen echter voort uit een verschillende sociale logica en schaal. Milieucriminaliteit bestaat namelijk in twee vormen. In de eerste plaats een georganiseerde, frauduleuze criminaliteit die winst beoogt ten nadele van het milieu en de volksgezondheid. Deze vorm van milieucriminaliteit is minder rechtstreeks zichtbaar voor de burger maar vormt wel degelijk een aantasting van de gemeenschap en wordt in het Nationale Veiligheidsplan als ernstige criminaliteit beschouwd. Vanwege haar frauduleuze dimensie is ze verbonden met het thema van de economische en financiële criminaliteit en kan ze niet te verwaarlozen vormen van oneerlijke concurrentie vertonen. In de tweede plaats de zogenaamde niet-georganiseerde vormen van milieucriminaliteit van lokale aard. Overlast, als “factor van het stadsleven waarvan de openbare uiting leidt tot een onveiligheidsgevoel en zich vertaalt in milieubederf en een achteruitgang van het sociaal weefsel,” kadert in deze lokale dimensie op wijkniveau overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Tot de milieucriminaliteit behoren alle inbreuken op de wetgeving en dus meer bepaald de gewestelijke bevoegdheden. Ze omvat de vernieling, vervuiling, beschadiging en wijziging van het fysieke milieu op het vlak van lucht, water, bodem en geluid. Ze betreft dus de biodiversiteit om haar intrinsieke waarde, maar ook het welzijn van de burger en de volksgezondheid.

Feiten die worden beschouwd als milieucriminaliteit zijn hoofdzakelijk:

- Alle vormen van schade aan het milieu verbonden aan de niet-ecologische verwerking, afvoer en mengeling van afval, gevaarlijke producten en sluikstorten;

- Het niet-naleven van de normen op het vlak van lucht en lawaai,

· Ecologische fraude die wordt gekenmerkt door misbruik van fiscale voordelen of subsidies ter zake;

- Het houden van beschermde dier- en plantensoorten;

- Aantasting van het dierenwelzijn;

- Het niet-respecteren van de openbare ruimte, de beschadiging van openbaar of natuurlijk erfgoed;

· Stedenbouwkundige en onroerenderfgoeddelicten.

Inbreuken op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) vertegenwoordigen een belangrijk aandeel in de milieumisdrijven overeenkomstig de wet van 12 januari 1993 die het concept milieu uitbreidt naar stedenbouw, erfgoed en wonen.

De vaakst waargenomen inbreuken in het Brussels Gewest hebben, naast onvergundestructurele verbouwings- en inrichtingswerken aan gebouwen, betrekking op wijzigingen van de bestemming en het gebruik van vastgoed die indruisen tegen het GBP of de laatste vergunde wettelijke bestemming, de onderverdeling van gebouwen en de inrichting van scholen en heiligdommen in ateliers, opslagplaatsen, commerciële ruimten of zelfs appartementsgebouwen.

Stedenbouwkundige en onroerenderfgoeddelicten kunnen verschillende milieuproblemen veroorzaken qua geluidshinder (clubs, dancings), visuele vervuiling (wijzigingen aan gebouwen die indruisen tegen de goede plaatselijke aanleg), onveiligheid (onstabiliteit van onvergunde volumes, activiteiten in ruimten die niet met de normen overeenstemmen), onbewoonbaarheid (woningen die niet conform zijn met zolders, kelders, bijgebouwen).

Het begaan van misdrijven wordt bevorderd door:

- Het economische belang, de maximale rentabilisering van het gebouwenbestand en het witwassen van geld in vastgoedtransacties;

- De woningnood en de demografische druk die huisjesmelkers en het aanbod van onhygiënische woningen in de hand werken;

- De duur en de complexiteit van de procedures voor het afleveren van bouwvergunningen en het beleid van het voldongen feit;

De gemeentelijke administratieve sancties (GAS) die tot doel hebben de overlast te verminderen, zijn voornamelijk gericht op het parkeren, netheid en bezoedeling, afval en storten, lawaai en vandalisme.