Home > Plan > Thematische fiches > Eigendomsdelicten

5. Eigendomsdelicten

De eigendomsdelicten omvatten diverse vormen van diefstal en afpersing maar ook beschadiging van roerende en onroerende goederen. Het gaat om de meest voorkomende inbreuken, goed voor ruim 85 % van de door de politiediensten opgestelde pv’s. Gezien de omvang is het noodzakelijk om de precieze follow-up van het beeld van het fenomeen te verbeteren. Zo is het bij evoluties cruciaal om de nieuwe modi operandi of de nieuwe vormen van criminaliteit te identificeren, door een inventarisering van de soorten diefstal, de plaatsen, de profielen van de daders en de slachtofferdoelgroepen. Daardoor zal op een gerichtere manier op de fenomenen kunnen worden gereageerd.

Bij diefstal dient een onderscheid gemaakt te worden naargelang van de werkwijze (gauwdiefstal, grijpdiefstal, winkeldiefstal, diefstal met list, enz.). Bij een diefstal die gepaard gaat met geweld of bedreiging is bovendien sprake van een verzwarende omstandigheid. Er dient dus een koppeling overwogen te worden met de ‘Aantasting van de menselijke integriteit’, ook al is de eerste bedoeling het verwerven van een goed en niet de agressie.

De aandacht van de bevoegde diensten zal toegespitst zijn op bepaalde plaatsen, zoals de horecasector, winkels waarvan er sommige een verhoogd risico opleveren (apotheken, juwelierszaken), het openbaar vervoer of toeristische trekpleisters en plaatsen die veel bezoekers lokken. De meeste feiten worden op de openbare weg gepleegd. Privéwoningen (inbraken), bedrijven en bouwwerven zijn andere geïdentificeerde plaatsen.

Uit het specifieke tijdsaspect van elke type diefstal blijkt bovendien de noodzaak om de praktijken te kennen, teneinde aangepaste preventiemaatregelen of een ontradende zichtbaarheid en aanwezigheid te ontwikkelen of met het oog op het betrappen op heterdaad (’s avonds in de horeca, ’s nachts op bouwwerven, inbraken tussen de middag, zakkenrollers in het openbaar vervoer, tijdens de spitsuren, enz.).

De slachtoffergerichte aanpak brengt specifieke maatregelen met zich mee op het vlak van preventie, reactie en follow-up. Diefstallen met list en bepaalde vormen van diefstal met geweld (wegrukken van gouden kettingen) treffen vaak bejaarden, vanwege hun fysieke of mentale kwetsbaarheid. Vanwege hun kwetsbaarheid en een zeker sociaal isolement is het zinvol om een aangepaste aanpak te ontwikkelen die rekening houdt met het feit dat deze bevolkingsgroep bijvoorbeeld niet altijd toegang heeft tot de gebruikelijke communicatiemiddelen (internet, sociale netwerken). Wat de reacties betreft voorziet de wetgever al in zwaardere straffen indien het slachtoffer zich in een kwetsbare situatie bevond.

Ook andere categorieën van slachtoffers vergen een specifieke aanpak. Het gaat dan vooral over toeristen, de favoriete slachtoffers van gauwdieven (zakkenrollers), en kinderen die ten prooi vallen aan racketeering, op school of op de weg van en naar school.

Er is ook van de daders een differentiatie mogelijk volgens leeftijd en profiel. Diefstal heeft vaak te maken met materiële onzekerheid of bij jongeren ook wel met experimenteerdrang, wat evenwel geen vergoelijking van die daden betekent. Bij andere daders is sprake van een systematische en georganiseerde aanpak van de diefstal en de zwendel in gestolen goederen. Die laatste gevallen behandelen we als een afzonderlijke thematiek over ‘georganiseerde misdaad’.

Afhankelijk van het type diefstal en de plaats, zien we onvermijdelijk ook een variatie in de beoogde voorwerpen. In winkels gaat het meestal over levensnoodzakelijke goederen, zoals voeding en kleding, wat wijst op een onderliggende vorm van bestaansonzekerheid of een effect van onze consumptiemaatschappij op een bepaald publiek. Op de andere plaatsen gaat het vooral om geld, portefeuilles en handtassen en technologische apparatuur (fototoestellen, computers, gsm’s, enz.) of andere waardevolle voorwerpen (horloges, juwelen).

Als we het over beschadiging hebben, vandalisme, zijn zowel roerende als onroerende goederen het doelwit. Het gaat om auto’s en stadsmeubilair in het eerste geval en voor de tweede categorie om huizen en gebouwen, met inbegrip van graffiti. Ook schoolinrichtingen worden vaak getroffen.