Home > Plan > Inleiding > Methode

Methode

De uitwerking van het GPVP is een ambitieus en vernieuwend project waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan steunen op de ervaring die het heeft opgedaan toen het meewerkte aan de opstelling van de KIV en het NVP.

In deze context heeft BPV de algemene structuur van het GPVP ontwikkeld door de thema's vast te leggen op basis van de structuur van de twee strategische referentiedocumenten en analyses die met name verricht zijn door het Brussels Observatorium voor Preventie en Veiligheid (BOPV), en ook op basis van overleg en uitwisseling met de directeur-coördinator van de Federale Politie en de procureur des Konings van Brussel. Vervolgens werden alle partners geraadpleegd door middel van een vragenlijst. De volgende stap in de opstelling van het GPVP was het samenroepen van werkgroepen van experts (WG). Deze leggen zich toe op één thema en worden geleid door een externe leider, in samenwerking met leden van BPV. Aan het einde van deze werkzaamheden werden er maatregelen geformuleerd voor elk van de tien gekozen thema's.

In het kader van de uitvoering, de opvolging en de jaarlijkse beoordeling van het plan moet er gekeken worden naar drie niveaus.

De eerste die in actie komt is de Gewestelijke Veiligheidsraad. "Deze raad wordt regelmatig samengeroepen om de uitvoering van het gewestelijk veiligheidsplan (...) op te volgen.".

Daartoe wordt hij bijgestaan door een coördinatiecomité voor preventie en veiligheid dat is opgericht binnen BPV. Om dit werk te vergemakkelijken, zal er een contactpunt aangeduid worden binnen elke partnerdienst en zal er een lijst opgesteld worden van alle contactpunten van de partners die betrokken zijn bij de fenomenen die behandeld worden in het plan.

Dit coördinatiecomité, dat de Gewestelijke Veiligheidsraad steunt, vervult tevens een rol van voortdurende bindende schakel tussen de Gewestelijke Veiligheidsraad en de themawerkgroepen, waarop opnieuw een beroep zal worden gedaan in het kader van de uitvoering van het plan. De regies die worden voorgesteld voor elke maatregel worden daar besproken en indicatoren worden vastgelegd, samen met de ontvangende partijen en de partners, zodra het plan is goedgekeurd door de Gewestregering. De mogelijkheid om binnen deze werkgroepen kleinere groepen aan te duiden om bepaalde specifieke fenomenen binnen een soms breed themagebied gerichter te kunnen behandelen, moet worden overwogen (bijvoorbeeld: intrafamiliaal geweld (IFG), binnen het thema "aantasting van de menselijke integriteit" of het openbaar vervoer, binnen het thema "mobiliteit").

Er zal ook een beroep worden gedaan op de partners om zich een beeld te kunnen vormen van de fenomenen, met name om een beeld op het moment nul te hebben en de evolutie van de verschillende situaties continu te kunnen volgen. Dit is een belangrijk en overkoepelend doel van dit plan