Home > Plan > Inleiding > Conceptueel kader

Conceptueel kader

Dit gewestelijk veiligheidsplan is te situeren tussen het Nationaal VeiligheidsPlan (NVP) , dat op zijn beurt direct resulteert uit de Kadernota Integrale Veiligheid (KIV) , en de zonale veiligheidsplannen (ZVP's). Het plan zal concrete vorm krijgen voor de periode 2017-2020 en dienen als strategisch referentiekader voor de verschillende plannen op zonaal en lokaal niveau.

Het addendum 2017 van de ZVP's zal hier dus rekening mee moeten houden. Het gewestelijk plan bevat maatregelen die al opgenomen zijn in bepaalde zonale plannen en die nu van toepassing worden op een groter grondgebied. Methodologisch betekent dit dat alle strategische maatregelen en doelstellingen van het gewestelijk veiligheidsplan de zonale plannen moeten integreren. Daar wordt althans van uitgegaan. De zonale plannen kunnen echter afwijken van het globaal plan voor bepaalde specifieke fenomenen die volgens een objectieve analyse geen significante rol spelen in de betreffende zone.

Om een oplossing te bieden voor de fragmentering van de bevoegdheden en om de doeltreffendheid van het veiligheidsbeleid te vergroten over de bestuurlijke grenzen heen, worden alle gewestelijke, zonale en lokale actoren ingeschakeld. Deze overkoepelende visie op de aanpak van veiligheidsfenomenen in het gewest heeft ertoe geleid dat het plan werd omgedoopt tot Globaal Plan voor Veiligheid en Preventie (GPVP). Dit plan is dus geen strikt politieplan. De bedoeling is een globaal strategisch kader te bepalen voor alle actoren.

Immers, om een echt integraal en versterkt stedelijk veiligheidsbeleid te kunnen ontwikkelen, moet de hele veiligheidsketen in overleg samenwerken, van preventie tot reactie, om het uitoefenen van individuele vrijheden en de eendracht binnen de samenleving te garanderen. De interventie en het partnerschap van alle betrokken actoren (lokale overheden, besturen, maatschappelijk middenveld, politie en justitie) zijn het concrete antwoord op de vaststelling dat de openbare orde beter wordt gehandhaafd en de regels beter worden nageleefd als de traditionele veiligheids- en preventieactoren beter samenwerken. Deze aanpak ligt in de lijn van de filosofie van het NVP, dat in de basisprincipes benadrukt dat samenwerking tussen de geïntegreerde politie en andere partners zich meer dan ooit opdringt.[1] Gezien de nieuwe bevoegdheden van het Gewest heeft het thema 'crisisbeheersing' van nature een plaats in dit globale plan, naast de andere hierna besproken thema's, zoals aantasting van de menselijke integriteit en eigendomsdelicten.

Derhalve zijn de algemene doelstellingen van het GPVP erop gericht een einde te maken aan de compartimentering ten voordele van een concrete samenwerking tussen de actoren op het terrein en de institutionele actoren, door de sociopreventieve actoren, die integraal deel uitmaken van de veiligheidsketen, te integreren en te valoriseren. Deze samenwerking heeft ook tot doel de inclusieve samenleving te versterken, bij te dragen aan eerbied voor diversiteit in een optiek van sociale rechtvaardigheid, bemiddeling en het vreedzame oplossen van conflicten te bevorderen en aan te moedigen tot maatregelen die bijdragen aan de totstandkoming van harmonieuze banden op lokaal niveau. Betrokkenheid van de burger en georganiseerde actoren vergroot de weerbaarheid op het gebied van preventie en veiligheid.

De nadruk ligt op de territoriale verankering, de nabijheid en de toegankelijkheid van de openbare diensten, met name via geïntegreerde veiligheidsantennes op lokaal niveau[2], waarvan de inplanting gesteund zal worden door het Gewest, net als het werk op wijkniveau, overeenkomstig het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO). Er zullen prioritaire interventiezones worden vastgelegd met de politiezones en zij zullen het voorwerp uitmaken van gerichte acties op lokaal niveau, afhankelijk van de bijzonderheden, gekoppeld aan een zichtbare aanwezigheid van de openbare diensten.

Hoewel het Gewest aanzienlijk wat middelen heeft vrijgemaakt voor de lokale besturen, zullen de bevoegde autoriteiten de Federale Regering blijven sensibiliseren voor de problematiek van de financiering van de politiezones, met name in verband met de KUL-norm[3] en de bijzonder belangrijke demografische evolutie die het Brusselse gewest doormaakt.

Supralokale prioriteiten worden door iedereen in coördinatie vanuit een gewestelijke zetel behandeld. Lokale problemen zullen worden behandeld op het niveau van de gemeenten, aangezien zij het best geplaatst zijn om de plaatselijke omstandigheden te begrijpen. De gemeenten kunnen daarbij echter rekenen op de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze werkfilosofie wordt toegepast in het GPVP en primeert al in het Brussels Buurt- en Preventieplan (BBPP), dat integraal deel uitmaakt van het GPVP en dat aanzienlijk versterkt is door het Gewest om het voortbestaan van de lopende projecten en een afstemming op intergemeentelijke projecten te garanderen. Er wordt een vierjaarlijkse projectoproep voor een bedrag van meer dan 125 miljoen euro aan de Brusselse gemeenten gericht voor de ontwikkeling van projecten rond vijf assen:

  1. De preventie van polarisering alsook de preventie en bestrijding van radicalisering;
  2. De zichtbare en geruststellende aanwezigheid in openbare ruimtes, o.m. in het openbaar vervoer;
  3. De conflictbemiddeling in openbare ruimtes;
  4. De bestrijding van schoolverzuim;
  5. De preventie en de bestrijding van verslavingen.